Waar een omweg naar wijn smaakt
Traag reizen betekent ruimte laten voor het onverwachte. Het oorspronkelijke plan was eigenlijk om de balaton-fietsroute te volgen van Szigliget naar Tihany, maar ’s ochtends beslisten we om een omwegje te maken naar de “basaltorgelpijpen” op de Szent György (St Joris) heuvel. Dat omwegje was trouwens zelf ook meer dan de moeite.
Maar op de terugweg richting Balaton ontmoetten we een vriendelijke agent, die ons aanmaande om te voet verder te gaan. Eerst keken we nog even op de kaart om te kijken of er geen fietsbare route beschikbaar was, maar we zijn dan toch maar te voet verder gegaan. En wat een geluk, even later begrepen we waarom: we waren midden in het grootste jaarlijkse wijnoogstfeest van Hongarije beland!
We bevonden ons in Badacsony, een belangrijke wijnstreek aan de oevers van het Balatonmeer, vooral bekend om haar heerlijke witte wijnen. Het hele dorp – en alle omliggende dorpen – was op de been, jong en oud. Elke wijnmaker uit de streek had zijn eigen tractor of paardenkoets versierd, en reed mee in een lange stoet. We zagen zelfs wagens uit Polen en Oostenrijk. Onderweg werden volop wijn en druiven uitgedeeld. Ook traditionele klederdracht, dans en muziek mochten natuurlijk niet ontbreken. Op het centrale dorpsplein kondigde de spreker elke wagen aan: “en nu de familie Szábo, die al sinds 1850 een domein van 4 hectaren uitbaat met Olaszrizling en Kéknyelű druiven”…
Het maakte ons zelfs een beetje stil. Wat is het mooi om te zien hoe Hongaren van alle leeftijden hun tradities levend houden. Zónder publiciteitskaravaan, (bijna) zonder geluidsversterking, maar 100% authentiek. Natuurlijk bestaan er in België ook nog dorpsfeesten, maar hier botsen we er opvallend vaak op — en vooral: iedereen lijkt eraan deel te nemen.
Om Hongarije echt te proeven, moet je de gehaaste westerse manier van leven even opzijzetten en je gewoon laten meevoeren.






